Workshop 3: Een proeftuin voor circulaire economie vanuit een multi-stakeholderbenadering – Mechelen

Gemeente Mechelen (B)

Wanneer wil de samenleving volop meedoen aan een initiatief van een lokale overheid?

Aanleiding

De stad Mechelen wil evolueren naar een circulaire stad. Daarom startte ze dit voorjaar, met het project Stroom, ondersteund door Vlaanderen Circulair en Studio Dott. Stroom bouwt aan een circulaire stad vanuit een participatie- en cocreatietraject met haar burgers en ondernemers in één specifieke buurt, Bethaniënpolder – Auwegemvaart. Het project wil zo innovatieve, circulaire oplossingen bieden voor alledaagse behoeftes van de Mechelaars vanuit haar urban living lab, onder het motto: hoe wordt jouw dagelijks leven makkelijker en aangenamer?

In een circulaire stad worden materialen vaker en beter hersteld en hergebruikt, vooraleer ze worden gerecycleerd. Afval bestaat niet meer, want afval is de grondstof voor nieuwe producten. Bovendien worden in een circulaire stad spullen, ruimtes, tijd, energie- en watervoorzieningen meer gedeeld door buren, of het nu ondernemingen/bedrijven of bewoners zijn. De overtuiging is dat iedereen hier voordeel uit kan halen, en het de levenskwaliteit in de stad ruimhartig verbetert. Immers, minder grondstoffen gebruiken, is beter voor de portemonnee, het klimaat en het milieu. Bovendien kan de deel- en hersteleconomie  sterkere relaties met de buren opleveren, en maatschappelijk kwetsbare burgers integreren in de economie. Dit alles kan flink bijdragen aan geluk. Echter, de stad Mechelen kan het geluk van haar inwoners niet (alleen) maken. Dat doen zij in grote mate zelf. Op dezelfde manier zijn we ervan overtuigd dat enkel  wanneer ondernemers, organisaties en inwoners actief mee bouwen aan een toekomstgerichte, leefbare stad, dit project maar ook het leven in de stad een succes wordt.

Hoofdpersonen

De stad Mechelen is vooralsnog de trekker in dit verhaal, maar langzaamaan melden potentiële partners en ambassadeurs zich aan om het project mee uit te werken. De ambtelijk projectcoördinator  Circulaire Economie en de buurtopbouwwerkster van de stad nodigden  hiertoe iedereen in de buurt Bethaniënpolder – Auwegemvaart (dus individuen en aanwezige organisaties en dienstverleners en organisaties), uit om mee te doen aan allerlei bevragingen (online of op papier, langere dagboekstudies of kortere enquêtes) en binnenkort ook aan co-creatieworkshops (via banners, flyers, online media, infosessies en een buurtfeest, …). Daarnaast verspreidden ze raamposters die mensen oproepen om talenten en materialen te delen via huis-aan-huis bezoeken en worden specifieke doelgroepgerichte sessies georganiseerd om de input te verzamelen van de groepen die we tot voor kort iets minder bereikten, zoals bijvoorbeeld jongeren of mensen met buitenlandse herkomst. Ondertussen is er een Facebookcommunity opgericht ‘Deel je buurt’ en springen geïnteresseerde bewoners maar ook kleine buurtorganisaties mee op de kar.

De uitdaging

Ondanks het participatietraject blijft het een uitdaging om een initieel initiatief van de stad als een gezamenlijke inspanning te percipiëren op termijn. Dit is zelfs het geval wanneer het project een aangenamer en makkelijker leven belooft voor de deelnemers. Een lokale overheid neemt een bijzondere positie in ten opzichte van alle anderen. Zij is de best georganiseerde initiatiefnemer binnen een stad door de strakke werkwijze met standaardprocedures en de beschikbare mensen en middelen. Deze macht maakt anderen afwachtend, dus zelfs wanneer een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe technologieën en sociale concepten het geluk vergroten. Tegelijkertijd is het in de praktijk niet altijd evident voor de stadsambtenaren om samen met haar burgers, organisaties en ondernemers te bouwen aan de stad, ondanks haar innovatieve visie op de wijze waarop we aan lokaal bestuur moeten doen. Participatietrajecten vergen meer inspanningen op communicatievlak, meer tijd en langere procedures, een andere organisatie, …

De vraag

Een belangrijk vraagstuk voor een project als Stroom is de verantwoordelijkheid.

  • Wanneer willen inwoners, ondernemers en vertegenwoordigers van organisaties ook verantwoordelijkheid en eigenaarschap nemen voor een zaak die is begonnen door de stad?
  • Aan welke voorwaarden voldoet de uitnodiging van de stad, zodat anderen volop willen meedenken en meedoen?
  • Wat is er nodig aan de kant van de lokale overheid om de samenleving van begin tot eind toe te kunnen laten en open te blijven staan voor de inbreng van die samenleving op alle aspecten: inhoud, werkwijze, tempo, evaluatie van de prestaties?
  • Hoe voorkomt de lokale overheid dat beide partijen (overheid en burgers) terugvallen in traditionele patronen, zoals “de overheid regelt het wel” of “hier gaat de overheid over”?

De theorie

Een initiatiefnemer wil iets dat het waard is om voor in actie te komen. De mensen die worden gevraagd om mee te doen, moeten voor zichzelf uitmaken of de uitnodiging aantrekkelijk genoeg klinkt. Liggen belangen in elkaars verlengde? Valt er iets uit te halen? Is er voldoende ruimte om invloed te hebben? Is het een prettig gezelschap? Wanneer deze eerste oriëntatie (overwegend) positief is, wordt er een (voorzichtig) begin gemaakt door te verkennen wat een ieder wil, wat er samen kan, hoe een ieder een goede bijdrage kan leveren. Waar kunnen wij elkaar raken?

In de volgende fase wordt geprobeerd concrete resultaten met elkaar te boeken. Lukt het om afspraken te maken? Zijn partners betrouwbaar en doen zij wat zij zeggen? Kan er functioneel met conflict worden omgegaan? Ontstaat er (daardoor) iets van wat aanvankelijk werd gehoopt?

Hopelijk komt dan de fase van presteren en het in de wereld zetten van producten en effecten. Dit kan ertoe leiden dat nieuwe mensen zich aangetrokken voelen; zij willen ook onderdeel zijn van het succes.  Hier begint opnieuw een fase van oriënteren.

Door het in- en uitvliegen van mensen, hoeft een initiatief nooit verder te komen dan de eerste paar fases. Dit hoeft niet slecht te zijn, want deelnemers zullen steeds bij zichzelf nagaan: heeft deelname meerwaarde voor mij en waarvoor ik mij wil inzetten. Soms is elkaar informeren, elkaar kennen, eens met één andere deelnemer iets ondernemen, al voldoende meerwaarde. Steeds maken mensen dezelfde afweging: met wie kunnen wij onze opgave het beste verwezenlijken? En ‘opgaves’ kunnen geherformuleerd worden.

De werkconferentie kan de mensen in Mechelen helpen door te verkennen wat het van een lokale overheid vergt om een overheidsinitiatief te laten uitgroeien tot een succesvol maatschappelijk project dat bijdraagt aan het gevoel van geluk. Enkele vaardigheden die hierbij nodig zijn, worden tijdens de werkconferentie geoefend.

De opzet van de workshop sessie 1

De workshop begint met een korte toelichting op de casus en de theorie. Vervolgens worden in een brainstorm de aspecten benoemd die maken dat een uitnodiging op een positieve manier mensen aanzet om een bijdrage te willen leveren,  in actie te willen komen en mede verantwoordelijkheid te willen nemen voor het grotere geheel. Met deze aspecten in de hand, bereiden deelnemers in duo’s teksten voor die uitnodigen om bij te dragen aan een initiatief dat van waarde is voor de circulaire economie en geluk. De teksten worden ten slotte voor alle workshopdeelnemers uitgesproken. Wie zich door een tekst voelt uitgenodigd, steekt na afloop de hand op. Zo krijgen de initiatiefnemers snel inzicht in de mate waarin hun tekst uitnodigt om mee te doen.

De opzet van de workshop sessie 2

De workshop begint met een korte toelichting op de casus en de theorie. Vervolgens worden in twee brainstormrondes de acties van een lokale overheid benoemd die mensen in de samenleving ervan weerhouden om a) te willen meedoen, b) mee te willen blijven doen.  In drietallen wordt besproken welke routines deze acties in de hand werken. Ieder trio kiest vervolgens één routine uit en schetst hiervoor drie tot vijf mogelijke manieren om deze te veranderen. Ieder trio presenteert  ten aanzien van de workshopdeelnemers de gemaakte schets. Welke algemene lessen leveren de presentaties op?

De workshop wordt begeleid door Bart Hurkxkens van de Academie voor Waarderend Vernieuwen. Lees hier meer over Bart.

Terug naar het workshop overzicht